Dauginet & Co

Auteursrechten en inkomstenbelastingen – Beschouwingen uit de auteursrechtpraktijk

Op basis van de wet van 16 juli 2008 zijn inkomsten uit auteursrechten onder bepaalde voorwaarden onderworpen aan een gunstig fiscaal regime. Deze wet heeft al heel wat stof doen opwaaien aangezien belastingplichtigen graag van dit gunstig regime profiteren, terwijl de administratie de wet graag zo restrictief mogelijk interpreteert.

Op fiscaal vlak worden inkomsten uit een cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten vandaag tweemaal gunstig behandeld. Ten eerste worden deze inkomsten, weliswaar tot aan een bepaald plafond, onweerlegbaar vermoed roerend van aard te zijn. Dit betekent dat deze inkomsten niet aan het progressieve tarief (dat kan oplopen tot 50%) worden belast, maar wel aan een bijzonder (gunstig) tarief van roerende voorheffing, met name 15%. Daarenboven voorziet de wet in een aanlokkelijk kostenforfait voor deze inkomsten.

De belastingplichtige heeft er op fiscaal vlak dus alle belang bij dat zijn of haar inkomsten zoveel mogelijk als roerend inkomen worden gekwalificeerd. Meer in het bijzonder gaat het om de belastingplichtige die naast het uitvoeren van materiële prestaties, ook een vergoeding ontvangt voor auteursrechten. Dit vormt de kern van de rechtsonzekerheid die reeds jarenlang heerst in de praktijk. In welke mate mag deze belastingplichtige zijn inkomsten als roerend aangeven? Stemt de fiscale administratie in met de door de partijen gekozen uitsplitsing?

Deze laatste vraag is in het bijzonder belangrijk, te meer omdat er geen vaststaande criteria bestaan om een uitsplitsing tussen roerende inkomsten en beroepsinkomsten te maken. De contractuele vrijheid heerst, zij het althans in principe. De minister van Financiën herinnerde er reeds herhaaldelijk aan dat de contractuele vrijheid in overeenstemming moet zijn met de werkelijkheid en dat er moet worden nagegaan of het wel degelijk gaat om inkomsten uit een cessie of concessie van auteursrechten.

Het artikel bestudeert grondig dit laatste punt en toetst de fiscale regeling kritisch af aan de auteursrechtpraktijk. Zo wordt eerst bekeken wat nu precies als een auteursrechtelijk beschermd werk kan kwalificeren. Vervolgens wordt dieper ingegaan op het vereiste van cessie of concessie. Na te hebben besproken welke inkomsten in aanmerking komen voor de fiscale gunstregeling, wordt tot slot de vraag behandeld in welke mate een door de belastingplichtige ontvangen vergoeding daadwerkelijk als roerend inkomen kan worden gekwalificeerd.

Uit de analyse die in het artikel wordt gemaakt, blijkt dat “auteursrechten” verder reiken dan het typevoorbeeld van de journalist die een deel van zijn loon krijgt uitbetaald als vergoeding voor de (con)cessie van auteursrechten. Het toepassingsgebied van de auteursrechten is ruimer dan men denkt en gelet op de fiscale voordelen die eraan verbonden zijn, loont het de moeite om na te gaan of uw huidige verloning desgevallend gedeeltelijk als vergoeding voor auteursrechten kan worden aangemerkt en uitbetaald.

Full text verschenen in Tijdschrift voor Fiscaal Recht nr. 494, januari 2016.

Meer Nieuws

Auteursrechten en in...

Auteursrechten en inkomstenbelastingen &...

Op basis van de wet van 16 juli 2008 zijn inkomsten uit auteursrechten onder bepaalde voorwaarden onderworpen aan een gunstig fiscaal regime. Deze we...

Bijzondere liquidati...

Bijzondere liquidatiereserve: antwoord v...

De Minister van Financiën verduidelijkte recent welke “winst” in de bijzondere liquidatiereserve kan worden overgebracht. De Programmawet van 10 ...

Onrechtmatig verkreg...

Onrechtmatig verkregen bewijs: Hof van J...

Op 17 december 2015 heeft het Hof van Justitie – op aangeven van de Belgische Advocaat-Generaal Melchior Wathelet in diens conclusie – een arrest ...