Dauginet & Co

De administratie moet de procedurele fout niet rechtzetten voordat zij een subsidiaire aanslag kan voorleggen aan de rechter.

In het kader van de gelijke behandeling van burgers van het land, is de wetgever van oordeel dat een procedurele misser van een ambtenaar bij de taxatie er niet mag toe leiden dat op die wijze iemand wordt vrijgesteld van belasting, terwijl de belastingplichtige wiens dossier behandeld is door een zorgvuldige ambtenaar wel belasting zou moeten betalen.

Er werd dan ook een artikel 356 WIB ingelast dat aan de administratie toelaat om haar fout te herstellen na de rechterlijke vernietiging van de aanslag op procedurele gronden. In vele gevallen ging het over gebrekkige motivering of afwezigheid ervan in het bericht van wijziging van aangifte of een fout bij het onderzoek. De logica bestond erin dat de administratie de mogelijkheid moest krijgen om opnieuw een bericht van wijziging te verzenden dat wel aan de wettelijke vereisten voldoet of het onderzoek opnieuw te voeren op een wettige wijze. Na rechtzetting van de fout, kon de Administratie dan een subsidiaire aanslag ter goedkeuring voorleggen aan de rechter.

Het Hof van Beroep van Antwerpen ging mee in die logica. Het Hof van Beroep van Gent daarentegen was van oordeel dat dit overbodig was en dat zonder meer een subsidiaire aanslag kon worden voorgelegd aan de rechtbank omdat de belastingplichtige zich voor de rechter nog kan verweren tegen die subsidiaire aanslag.

Het Hof van Cassatie was al van oordeel dat een nieuwe inkohiering (lees: het scheppen van de door de wet voorziene uitvoerbare titel inzake inkomstenbelastingen) niet nodig was (Cass. 10 oktober 2014 en 13 februari 2015). Nu beslist hetzelfde Hof (13 februari 2015) dat de administratie haar fout helemaal niet moet herstellen en dat het volstaat de subsidiaire aanslag als zodanig voor te leggen aan de rechtbank.

Deze interpretatie stemt geenszins overeen met de bedoeling van de wetgever zoals uitgedrukt in de voorbereidende werken, waarin duidelijk wordt gemaakt dat de administratie een periode van 6 maanden heeft om haar procedurefout recht te zetten.

Het gaat nog verder… De procedure van de subsidiaire aanslag kan in principe niet worden gebruikt wanneer er geen directoriale beslissing voorhanden is. Dit is het geval wanneer de belastingplichtige, na 6 maanden vruchteloos wachten op een antwoord van de directeur ingevolge de indiening van een bezwaarschrift, naar de rechter toestapt. Nu komt het voor dat de directoriale beslissing bestond maar nietig was, en dus onbestaand (vernietiging ex tunc). Het Hof vindt dat geen probleem. We doen dan maar alsof de beslissing van de directeur wél bestond (Antwerpen 24 februari 2015).

Conclusie: er bestaat geen enkele procedurele waarborg meer voor de rechtsonderhorige. De administratie mag slordig, zelfs willekeurig en zonder respect voor enige regel te werk gaan. Voor de rechtbank kan alles worden overgedaan, zelfs zonder dat de procedurefout eerst dient te worden rechtgezet.

Moeten we de ganse fiscale procedure niet grondig herdenken en herschrijven? En moet dat niet gebeuren door de wetgever? Cassatie treedt bij herhaling op als feitelijke wetgever door zowel de letter als de geest van de wet onder de mat te vegen.

Het parlement heeft haar bevoegdheid inzake fiscale procedure prijsgegeven aan een instelling die geen enkele democratische legitimiteit heeft om deze rol op zich te nemen.

Voor ondernemers, kmo’ers en vrij beroepers zakt de grond steeds verder onder de voeten weg.

Meer Nieuws

Auteursrechten en in...

Auteursrechten en inkomstenbelastingen &...

Op basis van de wet van 16 juli 2008 zijn inkomsten uit auteursrechten onder bepaalde voorwaarden onderworpen aan een gunstig fiscaal regime. Deze we...

Bijzondere liquidati...

Bijzondere liquidatiereserve: antwoord v...

De Minister van Financiën verduidelijkte recent welke “winst” in de bijzondere liquidatiereserve kan worden overgebracht. De Programmawet van 10 ...

Onrechtmatig verkreg...

Onrechtmatig verkregen bewijs: Hof van J...

Op 17 december 2015 heeft het Hof van Justitie – op aangeven van de Belgische Advocaat-Generaal Melchior Wathelet in diens conclusie – een arrest ...