Dauginet & Co

Ontwerp fiscale regularisatie: eindelijk goedgekeurd door de regering

1. Algemeen

Op vrijdag 11 maart 2016 heeft de regering het wetsontwerp tot invoering van een permanent systeem van fiscale en sociale regularisatie goedgekeurd. Hierbij werd de vorige versie aangepast om rekening te houden met de gewestbevoegdheden inzake registratie- en erfbelasting. Ook de memorie van toelichting is hier en daar wat explicieter gemaakt ten opzichte van het vorige wetsontwerp.

Het uitgangspunt blijft dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon niet-aangegeven inkomsten en btw-handelingen kan aangeven bij het Contactpunt Regularisaties (CPR). De regularisatieheffing zal naderhand worden berekend aan de hand van de oorspronkelijk te betalen belastingen, vermeerderd met 20%. Daarnaast kunnen ook de fiscaal verjaarde kapitalen geregulariseerd worden tegen een geëigende heffing van 36%.

Er blijven evenwel nog steeds enkele bijzonderheden en knelpunten bestaan wat betreft de permanente regularisatieprocedure.

2. Bijzonderheden en knelpunten

Zo merkte de Raad van State in zijn adviezen, eind 2015, op dat een federale regeling alleen maar mogelijk was mits met de gewesten een samenwerkingsakkoord werd gesloten. Deze samenwerkingsakkoorden zullen er evenwel nog niet zijn bij de start van de nieuwe wet, waarvan de inwerkingtreding gepland staat voor 1 april, hetgeen grote beperkingen met zich meebrengt.

Volgens het ontwerp zullen “bedragen enkel worden geregulariseerd wanneer het gaat om een federale belasting of een gewestelijke belasting waarvoor de federale overheid de dienst verzekert en waarvoor een samenwerkingsakkoord is afgesloten” (art. 11, lid 3; eigen onderlijning). Wat het Vlaamse Gewest betreft, zal er bijgevolg niet kunnen worden geregulariseerd inzake erfbelasting of registratiebelasting zonder samenwerkingsakkoord, daar voor die belastingen sinds 2015 ‘de dienst’ verzekerd wordt door Vlabel. Er wordt verwacht dat een Vlaams-federaal samenwerkingsakkoord slechts een kwestie van tijd is, terwijl voor het Brussels-Hoofdstedelijke en het Waalse Gewest zelfs nog geen akkoord in het verschiet ligt.

Het ontwerp maakt daarnaast een duidelijk onderscheid tussen een “belasting” en een “heffing”. Enerzijds geeft de memorie toe dat de regularisatieheffing een inkomstenbelasting betreft en anderzijds wordt benadrukt dat het gaat om een “specifieke heffing, waarop geen enkele verrekening of vermindering mogelijk is”. Hiermee wil men vermijden dat er enige Europese woonstaatheffing met de heffing zou kunnen worden verrekend (hetgeen bij een “belasting” verplicht zou zijn op basis van de Europese regels). Hierdoor zal de burger echter tweemaal worden belast. Tegen deze praktijk maakt de Raad van State in zijn advies dan ook bezwaar en stelt de Raad zich de vraag of het gebrek aan verrekening van de woonstaatheffing niet in strijd is met de Europese Spaarrichtlijn, die van een hogere rechtsorde is.

Verder stelt de memorie van toelichting dat aangezien de regularisatie een vrijwillige procedure is, en dus een uitzonderingsprocedure, er (achteraf) ook geen administratieve of gerechtelijke bezwaarprocedure mogelijk is. De Raad van State heeft echter in zijn advies (en verwijzend naar een arrest van het Grondwettelijk Hof van 19 december 2014) gezegd dat een beroep bij de rechter nooit kan worden uitgesloten.

3. Concreet

De verhoging, bovenop de verschuldigde belasting, bedraagt 20% bij regularisaties die ingediend worden in 2016. Deze verhoging stijgt van 2017 tot 2020 van 22% naar 25%. Deze toenames betreffen procentpunten en geen proportionele verhogingen. Vb.: een verschuldigde roerende voorheffing van 15% wordt in 2016 opgetrokken tot 35%.

De heffing van 36% voor fiscaal verjaard kapitaal (spontane aangifte in 2016) zal van 2017 tot 2020 stijgen van 37% naar 40%.

Op de aangever rust daarenboven een actieve bewijslast. Zo moet de aangever middels schriftelijk bewijs, desgevallend aangevuld met andere bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed en het bewijs door getuigen, aantonen dat inkomsten hun normale belastingregime hebben ondergaan, wil de aangever deze inkomsten van regularisatie vrijstellen. De inkomsten, dan wel het gedeelte waarvan de aangever niet kan aantonen dat ze hun normale belastingregime hebben ondergaan, moeten worden geregulariseerd.

Daarbij is het evenwel niet duidelijk van welke vermogensbestanddelen de aangever moet aantonen dat ze hun normale belastingregime hebben ondergaan. Artikel 7, lid 4 van het ontwerp, dat het voorwerp van de regularisatieaangifte afbakent, stelt dat “[d]e regularisatieaangifte […] samen met een bondige verklaring omtrent het fraudeschema, alsook van de omvang en de oorsprong van de geregulariseerde inkomsten, sommen, btw-handelingen en kapitalen, de periode waarin deze zijn ontstaan en de voor de geregulariseerde bedragen gebruikte financiële rekeningen, moet worden ingediend”. De fiscale regularisatie is dus alleszins afgebakend door de limitatieve lijst van de “voor de geregulariseerde bedragen gebruikte financiële rekeningen”. Van andere vermogensbestanddelen, die niet het voorwerp uitmaken van een regularisatie-aangifte, hoeft men dus niet het bewijs te leveren dat deze hun normale belastingregime hebben ondergaan.

4. Conclusie

Door diverse bepalingen in het ontwerp zal de toekomstige permanente regularisatieprocedure mogelijks ontaarden in een fiscale nachtmerrie. De positieve en actieve (geschreven) bewijslast in hoofde van de aangever en de onmogelijkheid tot verrekening van buitenlandse woonstaatheffing, zijn van aard om de rekening snel te doen oplopen.

Een kandidaat-aangever zal dus zeer aandachtig zijn rechtspositie moeten bepalen alvorens de stap naar het Contactpunt Regularisaties te zetten.

Meer Nieuws

Auteursrechten en in...

Auteursrechten en inkomstenbelastingen &...

Op basis van de wet van 16 juli 2008 zijn inkomsten uit auteursrechten onder bepaalde voorwaarden onderworpen aan een gunstig fiscaal regime. Deze we...

Bijzondere liquidati...

Bijzondere liquidatiereserve: antwoord v...

De Minister van Financiën verduidelijkte recent welke “winst” in de bijzondere liquidatiereserve kan worden overgebracht. De Programmawet van 10 ...

Onrechtmatig verkreg...

Onrechtmatig verkregen bewijs: Hof van J...

Op 17 december 2015 heeft het Hof van Justitie – op aangeven van de Belgische Advocaat-Generaal Melchior Wathelet in diens conclusie – een arrest ...